logo

100 jaar Picos de Europa

31 Oktober 2018

100-jaar-picos-de-europa-1

Dit jaar viert de Picos de Europa, Spanje’s oudste nationale park, zijn 100-jarige bestaan. Het is het tweede meest bezochte natuurpark van Spanje, na het Parque Nacional del Teide in Tenerife. Het is bovendien het tweede grootste nationale park van Spanje, na de Sierra Nevada in het zuiden.

De Picos, die het centrale deel vormen van de Cantabrische bergketen, beslaan in totaal 65.455 hectare over drie verschillende streken: Asturië, Cantabrië en León. Er wordt gezegd dat dit natuurgebied de naam ‘Picos de Europa’ kreeg omdat de bergtoppen ervan het eerste waren wat scheepvaarders van Europa zagen op hun terugweg van Amerika. Omgekeerd kun je vanuit het verrukkelijke groene berglandschap ook de zee zien. Maar er bestaan nog andere theorieën over de benaming. Zo zouden het pelgrims van de Camino de Santiago geweest zijn, afkomstig uit Centraal-Europa, die het die naam gaven, omdat ze de majestueuze bergen associeerden met de Alpen. Hoe het ook zij, op 22 juli 1918, 100 jaar geleden ondertussen, werd het meest westelijke deel van het gebied als ‘Parque Nacional de Covadonga’ verklaard. Covadonga is een klein dorpje in het park waar de gelijknamige statige basiliek hoog bovenuit torent.

100-jaar-picos-de-europa-2

De Lagos de Covadonga hogerop, op iets meer dan 1000 meter hoogte en op drie kwartier rijden van Cangas de Onis - het dorp beroemd om zijn Romeinse brug - vormen nog steeds de bekendste, meest begeerde bezienswaardigheid van de Picos en zelfs van heel Asturië. Deze helderblauwe gletsjermeren schitteren in een prachtig groen landschap, omringd door de imposante Picos bergtoppen. Misschien ken je ze zelfs van de ‘Vuelta’ of Ronde van Spanje, waarin ze sinds 1983 al vaak een van de laatste etappes waren.

Het najaar is een fijne periode om het park te bezoeken, omwille van de mooie herfstkleuren. In de zomermaanden juli en augustus en in de paasperiode is het drukker aan de Lagos en mag je door beperkingsmaatregelen niet direct aan de beroemde bergmeren parkeren. Wel kun je er dan heen met de bus vanaf parkeerplaatsen in onder meer Cangas de Onis of met een gids of taxi. Pas er buiten het hoogseizoen wel voor op om in de mist over de steile, bochtige wegen omhoog naar de meren te rijden. Je hebt je concentratie al nodig bij helder weer. Pas ook je snelheid aan, want plots kunnen groepjes geiten, koeien of schapen zomaar de weg oversteken. Er zijn ook sportievelingen die met de fiets omhoog klimmen naar de meren, maar die kijken dan wel aan tegen hellende stukken van tot 15 procent.

Vanaf het Ercinameer met parkeerplaats vertrekken verschillende wandelroutes met de meest adembenemende uitzichten. Heerlijk om zo dit weidse landschap in te trekken en ook vogels en andere dieren te spotten. Na een gezonde wandeling in de berglucht kun je je tegoed doen aan een stevige lokale maaltijd als de fabada asturiana, een stoofpot van vlees en bonen. Proef ook chorizo a la sidra, chorizoworst in een saus van cider - de Asturiaanse drank bij uitstek die de bewoners vanaf armhoogte in een ciderglas schenken. Noord-Spanje is zeker anders, maar evenzeer de moeite waard om te ontdekken als de meer toeristische zuidelijke streken van Spanje. Als je maar van bergen, natuur en de ruige Atlantische kust houdt!


Emmie Declerck