logo

Calle Cinco Bolas en de opperpooier van Málaga

calle-cinco-bolas-van-malaga-1

In de voorgevel van de kerk van San Juan Bautista (Johannes de Doper) in Málaga bevindt zich rechts van de hoofdingang een vreemd soort kunstwerkje, bestaande uit vijf verschillend gekleurde ballen. Rechts daarvan begint het kleine straatje Cinco Bolas. Dat blijkt veel te maken te hebben met de prostitutie in Málaga.
San Juan behoort samen met Mártires, Santiago en Sagrario tot de vier oudste katholieke kerken van Málaga, gesticht direct na de verovering van de stad in 1487 door de “katholieke koningen”, Isabel van Castilla en Ferdinand van Aragón. Deze vier kerken correspondeerden toen met vier verschillende wijken van de oude stad binnen de muren. Isabel en Ferdinand stichtten overal na hun veroveringen katholieke kerken en deden hun uiterste best om van Spanje één katholieke natie te maken. Daarvoor werden in 1492 alle Joden uit Spanje verbannen die zich niet wensten te bekeren. In datzelfde jaar werd Granada als laatste bolwerk van de Moren veroverd en werden de moslims eveneens gedwongen om zich tot het katholicisme te bekeren.

calle-cinco-bolas-van-malaga-2

Onder de meest verdienstelijke strijders van de katholieke koningen bevond zich Alonso Fajardo, die daarvoor beloond werd met een bijzondere en lucratieve functie, namelijk “putero mayor”, een soort van “opperpooier”. Hij mocht toezien op en namens de staat belasting innen bij de bordelen in de veroverde gebieden, hij had zijn eigen bordelen en hij mocht zelf ook geld verdienen aan de officieel erkende hoeren. Prostitutie werd in die tijd dus officieel toegestaan en behalve de putero mayor en de lagere bordeelhouders verdiende ook de staat er veel geld aan.
Let op de foto hiernaast vooral op de misprijzende blik van de kerkvertegenwoodiger. Natuurlijk was deze Fajardo niet van de allerhoogste adel, die zou dit te min hebben gevonden.
Wat was er aan de hand? Al sinds het begin van de 14e eeuw kende het katholieke deel van Spanje een prostitutiepolitiek! Een belangrijk motief daarachter was om “tegennatuurlijke” seksuele praktijken zoals de op het platteland wijd verbreide incest en ook homoseksualiteit te bestrijden, daarnaast om de ruige vrije bordelen de wind uit de zeilen te halen en natuurlijk ook om aldus geld binnen te halen. Daarbij ontstond na de verovering van nieuwe gebieden in het zuiden en de komst aldaar van grote aantallen soldaten, een tekort aan vrouwen.


In Málaga waren er in die tijd twee heel verschillende soorten hoeren: enerzijds de “mujeres enamoradas” (verliefde vrouwen!) of “rameras” die zelf hun zaken regelden en die vooral te vinden waren in de sjiekere buurten rondom Plaza de la Constitución en anderzijds de gewone hoeren uit de bordelen onder controle van een “padre” of “putero”. Het woord “ramera” stamt uit deze tijd, toen eerstgenoemde betere hoeren aan hun gevel takjes (“ramas”) ophingen ten teken van hun professie. En er was nog een derde, laagste soort, de Cantoneras, die hun werk gewoon op straat deden.

calle-cinco-bolas-van-malaga-3

De putero mayor woonde in de Calle Cinco Bolas en had daar ook een eigen bordeel. Hij verdiende vreselijk veel geld aan de lagere bordeelhouders en omdat hij de hoeren flink uitbuitte, zo erg zelfs dat hij er een stevig conflict over kreeg met het stadsbestuur van Málaga, de Cabildo, die nadere regels uitvaardigde over de werk- en levensomstandigheden van de dames.

In het begin van de zestiende eeuw!

De officiële bordeelrechten gingen van Alonso Fajardo over naar zijn nakomelingen, waarvan er één last van zijn geweten kreeg en in Calle Cinco Bolas een tehuisje stichtte voor Arrepentidas, hoeren die spijt van hun levenswijze kregen, of die er te oud voor waren geworden en hun leven in dienst wilden stellen van een andere Heer, de katholieke Kerk. Hetgeen de familie Fajardo niet belemmerde om voort te gaan met hun profijtelijke business en om stevig bij de Cabildo te lobbyen om hun rechten exclusief te houden. De stad legde boetes op aan hoeren die hun vak uitoefenden buiten de officiële bordelen onder de controle van de opperpooier.

De oorsprong van de naam Cinco Bolas is overigens onzeker, maar schijnt te maken hebben met de zware slag die de katholieken hebben moeten leveren om het stevig ommuurde en goed verdedigde Málaga in 1487 te veroveren. Daarbij werd onder meer zware artillerie gebruikt met kogels van 155 mm kaliber. In de volksmond werd echter gezegd dat het straatje zo duister en verleidelijk was dat men wel over vijf ballen moest beschikken om er doorheen te komen.

De prostitutiepolitiek van de overheid bleef op gespannen voet staan met de officiële katholieke moraal en met de Kerk, waarna koning Filips IV, die zelf maar liefst 46 bastaarden had, in 1623 besloot om de bordelen officieel te sluiten. Hetgeen natuurlijk alleen op papier gebeurde. Franco met zijn strenge katholieke moraal liet daarna de illegale bordelen wel degelijk sluiten, echter als gevolg van de armoede nam het aantal hoeren op straat in die periode schrikbarend toe.

Vandaag de dag is Calle Cinco Bolas een klein onopvallend straatje, waar niets meer is te zien van de vroegere negotie en dat uitkomt op de winkelstraat Calle Nueva, precies bij de kerk van de Concepción. What’s in a name?

Hein Hendriks