logo

Classic Car Run met de Britten

24 Maart 2019

classic-car-run-met-de-britten-1

We hadden de eerste week van december 2018 bezoek van onze oud-voorzitter en erelid (en zijn echtgenote) van de Vlaamse Classic Car Club TEDG (The English Drivers Guild). Een Club waar je alleen lid van kunt zijn wanneer je een Engelse klassieke auto bezit. We waren uitgenodigd aanwezig te zijn bij het maandelijkse club diner van de CCCA (Classic Car Club Andalucía) in restaurant ‘Treetops’ van ‘El Chaparral Golf’ nabij La Cala de Mijas.

David Smit de oud-, (ere-) voorzitter werd door Ian Giles, President van CCCA, speciaal welkom geheten en geadviseerd vooral deel te nemen aan de december Club Run. Welke run wij dan ook ondernamen met mijn Triumph TR 250. Ja David is ook een Nederbelg, een Nederlander die al jaren in België woont, maar nog steeds weinig of geen Vlaams klapt. Al zouden we Vlaams spreken dan toch worden we zelfs door het kortste woordje, ja, al herkent als Nederlander. Dus doen we er geen moeite meer voor om Vlaams te klappen. Niet alleen wij maar ook bekende Nederlanders, als Jan Mulder voetbal commentator op de VTM spreekt gewoon zijn moerstaal. Er is voor Nederlanders in België zelfs een Neder-Belgisch magazine, zoals we hier aan de Costa dit maandblad ‘Kosta’ kennen.

Belgische verslaggevers als, destijds Rik de Saedeleer en nu ook Carl Huybrechts en Goedele Liekens, hebben daarentegen het scherpe Nederlands al aardig onder de knie. Om maar niet te zwijgen over Guy Verhofstadt, die als Europees Parlementslid zijn mondje in wel vier talen weet te roeren.

Een paar dagen later deden we dan de Club Run en gingen vroeg van stal om tijdig bij de startlijn te staan. Die was bij Venta Peligrino nabij Ojén aan de A355, lopende van Marbella naar Monda/Coín en troffen daar klassiekers aan als een Jaguar MK II, Bentley, Mustang, MG, Triumph, Morris Minor, Daimler, etc.

We gingen één voor één rond 11 uur van start, beladen met een roadboek om volgens het bolleke-pijlsysteem onze route te volgen. Reden “topless” op 8 december, zon in de rug, bij 21 graden Celsius, in noordelijke richting naar Coín om via de A 357 nabij Campillos naar Ardales te koersen. Kwamen door de Sierra de las Nieves, een natuurpark van ca. 20.000 hectare, gelegen op 58 km van Málaga. Een park met heel veel Spaanse sparren ofwel ‘Pinsapo’ bomen. Na een rust- en drinkpauze in Casabonela reden we vervolgens richting Ronda langs Tolox, door de plaats Guaro. We passeerden Monda om via de A355 richting Marbella te rijden en bij KM paal 33 af te slaan in de richting van urbanisatie Montua.

Uiteindelijk kwamen we na 135 km aan bij Restaurant Cascada, gelegen boven het shoppingcenter ‘La Cañada’, in Marbella. In deze Cocina & Bar, nu gerund door de drie Nederlanders die ook ‘Castillo de Monda’ uitbaten, zaten we tussen de ruim 40 merendeels Britse deelnemers van de club. Tijdens onze conversatie, werden we er weer eens op gewezen dat je niet alle eilandbewoners, aan de overkant van het Kanaal en de Noordzee, Engelsen mag noemen. Ze zijn immers Schots, Engels, of wel van Wales en vallen allemaal onder de noemer British. Ze zijn immers van de UK ofwel het Verenigd Koninkrijk en hebben allemaal hun eigen vlag. Engeland is trouwens dat gedeelte waar voor ons buitenlanders het best verstaanbare Queens English wordt gesproken.

Waren wij nieuwsgierig naar al deze Britse achtergronden, ook zij wilden wel eens weten waarom er zoveel Hollanders in België wonen. We konden natuurlijk niet verzwijgen dat het van oorsprong te maken had met het belastingsysteem, dat België (destijds) veel “consument” vriendelijker was dan Nederland. Hoewel, dit is inmiddels ook al achterhaald en veel Nederbelgen verhuizen nu naar de Costa del Sol waar het levensonderhoud toch aanmerkelijk goedkoper is dan in België en het klimaat aanzienlijk beter.

In Marbella verblijven meestal de buitenlanders die niet op een houtje hoeven te bijten, en de fiscale vluchtelingen, bij wie je niet naar hun verleden moet vragen. Zoals mij overkwam toen ik aldaar een buitenlander ontmoette die mij hield voor een antiquair, doch van Johannes Vermeer, Antoon van Dyck, Karel Appel, Monet of Pablo Picasso, nog nooit had gehoord. Bleek hij toch een schroothandelaar te zijn geweest die de drugs, etc. keurig wist te “verpakken” in zijn autowrakken.

Onze lunch in Cascada eindigde met een voortreffelijke dessert, waarna David en ik de aftrap naar huis namen.

Pieter van de Lustgraaf