Dat waren nog eens tijden

24 September 2019

dat-waren-nog-eens-tijden-1We hebben het hier over het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw, dus voor dat de zegeningen van de Europese Unie zich over Spanje hadden uitgestrekt.

Ik had in die tijd met mijn neef een bar overgenomen en een werk- en verblijfsvergunning waren ook toen al onmisbare documenten. Voor de jaarlijkse verlenging van deze papieren moest men destijds naar Málaga naar het Palacio de la Aduana wat tegenwoordig een prachtig museum is. In de tijd waarover wij spreken was het een vervuilde steenklomp waar op de begane grond aan de rechterzijde nog een gevangenis gehuisvest was.

Voor onze papieren moesten we naar de derde etage, een lift was niet aanwezig en om de zoveel treden moesten we ons legitimeren. Uiteindelijk werden we in een grote zaal verwezen naar bureau zes waar een nors kijkende ambtenaar achter slordig gestapelde documenten ons op tamelijk onvriendelijke wijze vroeg wat wij wilden.

Voor de verlenging van onze documenten kregen we ieder een papiertje dat verwees naar de tweede etage alwaar een identieke ambtenaar achter een identiek bureau zat en wederom onvriendelijk vroeg wat we wilden. We overhandigden hem het papiertje waarop hij tamelijk sarcastisch informeerde naar onze pasfoto’s. Die hadden we niet en aangezien je minstens twee dagen moest wachten op pasfoto’s vroegen we de betreffende ambtenaar hoe dat dan verder moest want we kwamen helemaal uit Marbella.

Hij keek ons verbaasd aan en zei dat we dan de volgende week terug moesten komen met de pasfoto’s. Net als de ambtenaar op de derde verdieping, gaf hij ons het zoveelste papiertje en knikte bijna vriendelijk toen wij adios zeiden. Binnensmonds vloekend traden we even later in het felle zonlicht en reden terug naar Marbella. Dat was geen sinecure want ondanks het weinige verkeer was men bezig met het verbreden van de A370, in die tijd nog een zeer bochtige tweebaansweg lopend door het centrum van Torremolinos en Fuengirola.

Afijn, een week later gingen we welgemoed op stap voorzien van de vereiste pasfoto’s. Na twee controleposten in het Aduana gebouw belandden we uiteindelijk weer op de tweede verdieping en begaven ons spoorslags naar de betreffende ambtenaar om hem de foto’s te overhandigen. De man drukte zijn peukje uit in een reeds overvolle asbak, trok een la open en rommelde wat tussen enkele paperassen. Na zijn keel geschraapt te hebben - hij had een hardnekkig rokershoestje - vroeg hij ons twee papieren te tekenen en hem het huurcontract van de bar te overhandigen.

Dat brak onze spreekwoordelijke klomp want, dachten wij in onze jeugdige overmoed, voor een verlenging is dat niet nodig. We hadden destijds immers alle benodigde papieren naar de verschillende instanties gestuurd zodat dit bolwerk van ambtenarij toch ergens wel een kopie moest hebben van onze vergunning. Dat was klaarblijkelijk niet het geval ofschoon de mogelijkheid dat de man in zijn ambtelijke ijver een vers documentje aan zijn verzameling wilde toevoegen niet uitgesloten kon worden. Er zat dus niets anders op dan aan de man zijn ijver te voldoen maar al doende leert men en dus vroegen we of hij zo vriendelijk wilde zijn ons een lijstje ter hand te stellen van de nog ontbrekende papieren.

Daarvoor moesten we naar de vierde verdieping maar we raakten al aardig gewend aan de onlogische machinaties van de ambtenarij en uiteindelijk waren we ook vertrouwd met het werk van Kafka. Eenmaal in een wederom identiek rokerige zaal met een twintigtal ambtenaren verscholen achter stapels documenten konden we gelukkig zonder verder oponthoud in het bezit van een lijstje komen waar alle gewenste papieren op vermeld waren.

We vermoedden dat het aantal vereiste documenten afhing van de op dat moment dienstdoende ambtenaar en zo langzamerhand kwamen we ook tot de ontdekking dat deze verlenging bijna net zo arbeidsintensief was als de eerste aanvraag die we destijds via een gestoria hadden gedaan. Een gestoria verleent administratieve hulp bij alle zaken tussen de overheid en haar burgers en is voortgekomen uit het nobele beroep van schrijver dat ooit in iedere Spaanse plaats aan een behoefte voldeed vanwege het grote aantal analfabeten.

Daar gingen we dus weer via de kustweg slalommend door Torremolinos en Fuengirola terug naar Marbella. Uiteindelijk is drie keer scheepsrecht en kregen we een week later de vereiste verlenging. Niet echter nadat we eerst in het ons reeds zeer vertrouwde Aduana gebouw via de tweede verdieping naar de begane grond gestuurd werden en daar moesten wachten tot we opgeroepen werden om op de derde verdieping te verschijnen.

Met van uitputting en hooggespannen verwachting trillende knieën begaven we ons naar bureau nummer zes, rekening houdend met de immer aanwezige mogelijkheid dat een ambtelijk document nog toegevoegd moest worden aan het benodigd dossier. Tot onze grote vreugde werden ons echter de vereiste papieren overhandigd.

Het moge duidelijk zijn dat we de daaropvolgende jaarlijkse verlenging lieten afhandelen door de eerder genoemde gestor want de fysieke en vooral geestelijke inspanningen waren ons iets teveel van het goede geworden.

Berry J. Prinsen