logo

De heffing van erfbelasting in Spanje en Nederland

24 Januari 2019

de-heffing-van-erfbelasting-in-spanje-en-nederland-1

De te betalen erfbelasting is afhankelijk van welke persoon erft, wat die persoon erft en waar deze persoon erft. In deze en de volgende column wordt de heffing van erfbelasting belicht vanuit deze drie invalshoeken. Daarbij moet worden bedacht dat er sprake kan zijn van gelijktijdige heffing van Spaanse en Nederlandse erfbelasting.


Wie erft?

Wie de persoon is die erft, is voor de vaststelling van de te betalen erfbelasting bepalend, omdat de beschikbare erfbelastingvrijstellingen en -kortingen mede afhankelijk zijn van de mate van verwantschap tussen die persoon en de overledene. Hoe groter de mate van bloedverwantschap, des te lager het tarief en hoe hoger de vrijstellingen en kortingen. Dit geldt zowel in Nederland als in Spanje.

De enige uitzondering betreft de echtgenoot van de overledene: een echtgenoot is geen bloedverwant maar een aanverwant. Desondanks heeft de echtgenoot zowel in Spanje als in Nederland in beginsel recht op een vrijstelling: in Nederland zeer royaal (iets meer dan 650.000 euro in 2019), in Spanje is dit afhankelijk van de regio. In Nederland wordt een (ongehuwde) partner – onder bepaalde voorwaarden – gelijkgesteld aan een echtgenoot. In Spanje is dit per comunidad (autonome regio) verschillend. Voor de hoogte van de vrijstelling kan bovendien nog meespelen welke leeftijd degene die erft heeft en welke omvang zijn of haar eigen vermogen heeft.


Wat erft hij/zij?

‘Hoofdwoning’ of tweede woning

Als een echtgenoot of kind de woning erft waar de overledene permanent woonachtig was, geldt er in veel Spaanse comunidades een speciale vrijstelling. In Andalusië is dat afhankelijk van de waarde van de hoofdwoning tussen de 95% - 100% van de waarde van deze hoofdwoning vrijgesteld van Spaanse erfbelasting. Voorwaarde is dat de echtgenoot of het kind deze woning vervolgens gedurende drie jaar niet verkoopt. Als het een tweede woning of vakantiewoning betreft, geldt deze vrijstelling uiteraard niet. In Nederland kent men geen vrijstelling voor de vererving van de hoofdwoning.


Inboedel

De inboedel van de overledene wordt voor de Spaanse erfbelasting standaard gewaardeerd op 3% van de in Spanje belastbare ‘activa’ (minus de kadastrale waarde van de in Spanje gelegen hoofdwoning). In Nederland moet gewoon de waarde van de inboedel in gebruikte staat worden opgenomen. Er kan worden volstaan met een schatting, tenzij sprake is van bijzondere waardevolle inboedelgoederen, in welk geval er zal moeten worden getaxeerd.


Schulden

Als de erfgenaam of legataris in Nederland woont, worden slechts de door hem geërfde goederen die in Spanje gelegen zijn in Spanje belast. De schulden die rechtstreeks betrekking hebben op die goederen worden in aftrek toegelaten. Voorbeeld: de geldlening bij de bank waarmee de overledene de Spaanse woning destijds heeft gekocht, en waarvoor de schuldeiser een hypotheekrecht op die woning heeft verkregen.

Als de erfgenaam of legataris in Spanje woont, worden in beginsel alle door hem geërfde goederen (waar ook gelegen) in Spanje belast. In dat geval worden alle schulden van de overledene daarbij in aftrek toegelaten, behoudens schulden die de overledene had aan zijn of haar kinderen of echtgenoot. Denk daarbij aan schulden van de overledene aan de kinderen uit hoofde van ‘papieren schenkingen’ of het overlijden van de eerste echtgenoot.

Als de overledene in Nederland woonde (of minder dan 10 jaar vóór zijn overlijden nog in Nederland woonde) worden alle goederen die hij nalaat in Nederland belast, ongeacht waar degene die deze goederen erft woont. In dat geval worden ook alle schulden in aftrek toegelaten.


De waarde

Zowel in Nederland als in Spanje dient onroerend goed in de erfbelastingaangifte te worden opgenomen voor de marktwaarde. In tegenstelling tot in Nederland is in Spanje niet in de wet opgenomen dat de marktwaarde – in het kader van de erfbelastingheffing als het gaat om woonhuizen – mag worden gesteld op de WOZ-waarde (de waarde die dient als grondslag voor de berekening van de onroerende zaak belasting).

Om een aanknopingspunt te hebben voor het bepalen van de waarde van de woning wordt in de Spaanse aangiftepraktijk nog steeds wel gekeken naar de kadastrale waarde van het onroerend goed, vermenigvuldigd met de voor de desbetreffende gemeente geldende coëfficiënt, maar hiervoor is geen enkele wettelijke basis aanwezig. Als de Spaanse fiscus die waarde te laag vindt, kan men een naheffing verwachten.

In veel gevallen is het ook gunstiger om de échte marktwaarde in de erfbelastingaangifte op te nemen, omdat deze waarde voor degene die erft dan geldt als de nieuwe verkrijgingswaarde. Bij een uiteindelijke verkoop van de woning levert dit vaak een besparing van Spaanse winstbelasting op.

Dit is dan een logische strategie indien het winstbelastingpercentage hoger is dan het erfbelastingpercentage, hetgeen meestal het geval is als de echtgenoot, een kind of een kleinkind erft. Uiteraard geldt deze strategie niet als degene die erft (bijvoorbeeld de echtgenoot van de overledene) bij een opvolgende verkoop zal zijn vrijgesteld van winstbelasting.

Judy Tromp & Renato Zanardi