logo

de-nationale-toeristische-routes-1 De nationale toeristische routes

Noorwegen is zo’n land dat je heel goed per auto kunt verkennen. De wegen zijn aangenaam, de uitzichten adembenemend. Je mag nergens echt snel rijden, dus je reis krijgt al snel een ontspannen slow travel kwaliteit.

Het is ook een land waarbij je rekening moet houden met grote afstanden. Omdat je ongeveer een minuut per kilometer moet rekenen, duurt het ook een tijdje voor je op je bestemming bent. Des te meer redenen om te genieten van de rijtocht, moeten de Noren gedacht hebben.

In 1994 startte er een project dat de nationale toeristische routes zou gaan heten. De achttien routes in dit project garanderen een magnifiek landschap, spectaculaire wegen en een tikje risico. Een perfecte combinatie voor een autorit die je niet snel zal vergeten.
Eén van de meest gekende routes is de Aurlandsfjellet. Deze bergpas ontstond als verbinding tussen Lærdalsøyri en Aurlandsvangen. Het hoogste punt van deze route is meer dan 1300 meter boven de zeespiegel. Je kan dus begrijpen dat in de winter deze route door zware sneeuwval vaak ontoegankelijk raakt.
In het jaar 2000 ging daarom de Lærdalstunnel open; de langste tunnel ter wereld, die je snel en veilig onder de bergen voert. Maar de oude bergpas werd niet vergeten. Integendeel. Vanwege de uitzonderlijke schoonheid van de route, werd de bergpas aan de nationale toeristische routes toegevoegd.

de-nationale-toeristische-routes-2

Een tweede, gekende route is de Atlantische route, of Atlanterhavsvegen. Een weg die je over verschillende kleine eilandjes leidt en over hoge bruggen. In de zomer kan je vanaf de weg – met wat geluk – dolfijnen zien. In de winter razen stormen over de route en beuken de golven tegen de bruggen. Een spectaculair schouwspel. Deze route werd terecht als de mooiste weg ter wereld gekroond.

Maar ook de Trollstigen moet vermeld worden in een artikel over de nationale toeristische routes. De Trollstigen, op Trollentrap, is een route van twintig kilometer met elf haarspeldbochten. Aan de top van de route vind je het Trollstigenheim, een uitkijkpunt.

Om de routes zo toegankelijk mogelijk te maken voor bezoekers, werden verscheidene moderne architecten aangesproken om stopplaatsen te ontwerpen. Deze stopplaatsen werden op strategische plaatsen langs de routes geplaatst. Cafeetjes en souvenirwinkels aan de kant van de weg. Toiletten in een hypermodern jasje. Uitkijkpunten op de meest spectaculaire plaatsen. Allemaal in Noors design; strak en vaak met natuurlijke materialen.

Om alle achttien routes te bezoeken, heb je veel tijd nodig. Niet dat ze onnoemelijk lang zijn, maar ze liggen soms ver uit elkaar. Zes routes liggen in het noordwesten. De andere twaalf in Zuid- en Midden-Noorwegen. Sommige aan de kust, sommige in het binnenland.

Toch, wanneer je naar Noorwegen reist, loont het de moeite om één of meerdere routes te nemen. Per auto, per motor. Zolang je maar genoeg rijtijd rekent, want je zal vaak willen stoppen om het uitzicht te bewonderen.

Lotte Wildiers