logo

Driewielfiets voor senioren, oefentips en trucs

23 Februari 2019

driewielfiets-voor-senioren-oefentips-en-trucs-1

Bij de overweging of aanschaf van een driewielfiets is het belangrijk om heel rustig stap-voor-stap te beginnen. Als je meteen wilt wegrijden, beland je zo in de bosjes, omdat je onbewust toch eerst manoeuvreert zoals je op de gewone fiets gewend bent.

Volg daarom onderstaande tips en lees ze nog eens terug, na uw eerste ervaring. De herkenning van wat wel of nog niet goed ging, doet goed.

 

 

We kennen allemaal wel iemand die niet meer durft te fietsen …

  1. Zet de fiets eerst op de parkeerrem, zodat hij niet voor- of achteruit kan. Stuur en zadel goed (laten) afstellen.
  2. Til uw voet naar de andere kant, zodat uw voeten aan weerskanten van de fiets staan. Zet uw sterkste been op het laagste pedaal en neem plaats op het zadel.
  3. Ontspannen op ’t zadel zitten, voeten op de pedalen. Kijk voor u uit, niet naar beneden, niet naar ’t stuur. Doe alsof u in de auto zit.
  4. Een trucje om in het begin te voelen dat u echt niet omvalt, is om als u zo rechtop zit, het stuur los te laten en uw beide armen even over elkaar te doen. Daarna pakt u het stuur natuurlijk weer vast.
  5. U oefent steeds in de kleinste versnelling, op wandeltempo. Eventuele trapondersteuning zetten we uit.
  6. Langzaam trappen, alleen maar sturen, kijk naar voren, houd uw vingers aan de rem. Als u denkt “Oei!”, remt u direct en stopt even.
  7. Blijf rechtop zitten, niet meehangen, ook niet met de benen.
  8. Knieën bijeen, vooral in de bocht, dan blijft u beter rechtop.
  9. Houd de voeten steeds op de pedalen, ook als u remt/stilstaat.
  10. Regelmatig tussendoor even remmen en voeten niet op de grond zetten, om eraan te wennen dat u niet omvalt.
  11. Rijd zo haaks mogelijk stoepranden op en af. Nooit schuin!
  12. Pauzeer vooral in het begin heel regelmatig, schud de schouders los en babbel wat om te ontspannen van de stress die het onnatuurlijke gevoel geeft. Oefenen hoeft niet veel langer dan 20 à 30 minuten te duren, omdat door de spanning vermoeidheid snel toeslaat. Beter vaker dan te lang.
  13. Iedere keer dat u opstapt, wordt het gemakkelijker. Dus hoe vaker u even traint, des te sneller verandert de spanning in ontspanning. Besef dat u niet de enige bent. Iedereen die altijd gefietst heeft, moet afleren om het evenwicht te willen bewaren en erop leren vertrouwen dat de fiets niet omvalt. Dat grote voordeel voelt eerst heel onnatuurlijk.
  14. Als u afstapt en ernaast loopt, dan komen de kuiten al snel tegen de achterwielen aan. Daarom kunt u beter bij de geringste verplaatsing gewoon op de fiets (blijven) zitten.
  15. Als u na oefening naar huis gaat op uw gewone tweewieler, vergt dat meteen weer uw “oude” (is correct) evenwicht. Loop na oefening daarom een straatje om naast uw fiets voordat u er weer opstapt. Onderschat het verschil niet.


Een trage tred telt net zo goed

Als u erg onzeker bent of blijft, oefen dan eerst met het trappen van niet meer dan 1 pedaalslag, waarna u remt en stilstaat. Even op adem komen. Dan pas weer een pedaalslag, waarna u weer remt/stopt en ontspant. Dat steeds herhalen. Vergeet niet voor u uit te kijken, daar waar u naartoe gaat. U gaat pas verder met een volgende pedaalslag als u het stuur en uzelf weer goed onder controle heeft.

Dit geeft u rust en u oefent alvast het allerbelangrijkste: sturen en remmen. U merkt vanzelf dat het, iedere keer dat u weer opstapt, gemakkelijker wordt. De spanning gaat verdwijnen.


Trapondersteuning

Bijna alle driewielfietsen zijn ook te koop of kunnen worden uitgevoerd met trapondersteuning. Maar omdat de fiets opvallend licht rijdt, is dat niet altijd nodig. Ook later kan dat vaak nog worden aangebracht (informeer ernaar).


Twee wielen voor of twee achter

Meestal wordt een model met twee achterwielen gekozen. Dat manoeuvreert namelijk heel gemakkelijk. Stabiliteit is optimaal vanwege het zwaartepunt van het zadel boven de twee wielen. Met twee voorwielen is de draaicirkel veel groter. Als men toch niet kan wennen aan twee achterwielen, dan is het model met twee voorwielen een goed alternatief.

Met twee achterwielen is er ook de keuze voor een laag en langer model met een stoeltje. Omdat je lager en in een goede houding zit, went het sneller. Maar het is ook duurder. Op een hoger model kan overigens ook een ruggensteun worden geplaatst. Qua aanpassingen is er heel veel mogelijk.


Uitproberen

Probeer de fiets altijd eerst voldoende uit voordat u tot aanschaf overgaat. Doe dat bij voorkeur buiten, want binnen is de vloer vaak zo glad dat het oefenen niet realistisch is. Buiten zult u voelen dat het wiebelt, omdat de straat nooit effen is voor de twee achterwielen. Daar zult u aan wennen.


Ruimte nemen en respect

Als u op de weg rijdt, neem dan de ruimte. Rijd niet in de goot, want dan fietst u vaak te schuin. Als uw vertrouwen op de fiets (weer) groeit en u de ruimte neemt, dan merkt u dat het verkeer meer rekening met u houdt, omdat de fiets (respectabel) breed is.


U voelt het vanzelf

Het is eigenlijk vanzelfsprekend dat u op zo’n fiets daar gaat rijden waar u het vertrouwt. U zult dus eerst de plekken zoeken waar u zich het veiligst voelt. Dat breidt zich vanzelf uit, naarmate het vertrouwen toeneemt.

Lukt het niet na een paar keer? Dat is heel normaal. Train nog even door. Al doende, komt de ontspanning op gang.

Het balanceren op de fiets, wat je als kind hebt aangeleerd, gaat zo vanzelf en onbewust dat als je rijdend op de tweewieler zou bedenken wat je eigenlijk aan het doen bent, je pardoes zou vallen …

Als je al eens (bijna) gevallen bent, word je nog onzekerder. Die angst kun je niet zomaar aan de kant schuiven.


“Ik ben wel erg bang.”

  • Dat is goed. Angst is normaal, want anders zou u immers risico’s nemen.
  • “Ik durf nooit in het verkeer, doodeng.”
  • Nee, begrijpelijk, nu niet. U rijdt alleen daar waar het vertrouwd voelt. Waar u nog niet durft, gaat u nog niet rijden.
  • “Straks kan ik toch niet over bospaden rijden?”
  • Zolang u dat niet durft, zult u dat ook niet doen. Maar het kan wel, later, als u dat wilt tenminste. Als een wielrenner erlangs wil, dan zoekt hij zijn weg om u heen.


“De fiets blijft trekken.”

Klopt. De fiets wil met het wegdek mee naar beneden. Je ziet lang niet altijd dat het wegdek toch iets schuin afloopt, en dan trekt ‘ie. Zelf manoeuvreer je vaak ook nog onbewust om het minste geringste. Blijf gewoon sturen waar u naartoe wilt. Later merk je het niet meer, want dan ben je eraan gewend.


Stapvoets

Als je harder rijdt dan stapvoets tempo, geef je het onbewuste geen kans om te wennen. Daarom in de gewenningsfase zo langzaam mogelijk en in de eerste versnelling fietsen.


Als in de auto

Naar voren kijken, waar u heen wilt. In de auto kijk je ook niet op de motorkap of op het stuur…


Respect

Zowel het rustige rijgedrag van de driewielfietser als de zichtbare breedte van de fiets leidt tot respect bij andere weggebruikers. Heel opvallend.


Oei!

Vooral in het begin wordt men afgeleid door alles wat men voelt en om zich heen ziet en hoort. Allemaal oei-momenten: remmen en stoppen. Zekerheid groeit en zo wordt de rem een goede reflex.


Stap voor stap

Zowel de onzekerheid, de bezorgdheid, als het te graag willen (met de teleurstelling dat het tegenvalt), hinderen het loslaten. Daar is het proces voor. Trap voor trap en dag voor dag, komt het vanzelf op gang.


 

Jannie Bunk