logo

Een bezoek aan Catalonië, dat andere stukje ‘Spanje’ 

een-bezoek-aan-catalonie-1

Laatst vloog ik naar Barcelona. Vandaaruit nam ik de bus naar een Catalaans dorpje, Sant Joan. Ik nam er een taxi, stapte na de rit weer uit en nam afscheid van de uiterst vriendelijke taxichauffeur met een haastig ‘Agur – Adiós – Adeu!’.

Ik had mijn afscheid niet opzettelijk in drie talen uitgesproken – eigenlijk had ik me gewoon twee keer versproken, waarop ik mezelf twee keer snel corrigeerde. De eerste keer omdat ik besefte dat ik me niet meer in Baskenland bevond. De tweede keer omdat ik me vervolgens realiseerde dat ik in Catalonië was.

Omdat ik 10 jaar geleden in Barcelona woonde, ken ik de basiswoorden nog wel. En je scoort altijd extra punten als je een mondje meepraat in de lokale taal van de regio, binnen het ruime, gevarieerde land dat Spanje heet. Of zoals mijn Baskische vriendinnen het net nog verwoordden tijdens een lange lunch: “En eso lo que se supone que se llama España.” We hadden het er namelijk over waar ik zoal gewoond had in Spanje (Valencia, Barcelona, Madrid, San Sebastián), waarop ze dus reageerden met een ironisch: “Je woont dus al lang in dit land dat zogezegd Spanje heet.”

een-bezoek-aan-catalonie-2

Maar goed, terug naar de taxichauffeur. Hij vond het wel grappig, want hij moest lachen (of misschien was hij gewoon blij met de Catalaanse afscheidsgroet). Want dat had hij vast niet verwacht, een guiri (het Spaanse ‘koosnaampje’ voor buitenlandse toerist) die Catalaans sprak! Ik keek om me heen, met hetzelfde blije gevoel dat ik in de taxi had gehad.
Ik ben in Catalonië, die heerlijke zonnige streek waar de geur van lente in de lucht hangt, en het dorp er gewoon lekker relaxt mediterraans uitziet. De architectuur is anders dan in Baskenland. Ook dit dorp had bijvoorbeeld een soort ‘rambla’, waarlangs ik me nu naar de flat begaf die ik samen met enkele vriendinnen had gehuurd voor het weekend.

Ik was de eerste, en een van de verhuurders wachtte me op. Een oudere dame, die al snel constateerde dat ze een woord in het Spaans vergeten was en het zich alleen in het Catalaans kon herinneren. Vervolgens stelde ze me voor aan haar neef, die kennelijk naast ons woonde. Ik viel inwendig bijna achterover van hilariteit toen ik constateerde dat hij werkelijk waar heel erg leek op het Catalaanse hoofdpersonage in ‘Ocho Apellidos Catalanes’. Dezelfde baard, dezelfde bril, dezelfde ‘hipster’ manier van kleding. Althans, zo noemde mijn Baskische vriend het, toen ik me bij deze ‘stereotiepe’ voorstelling van ‘de Catalaan’ hardop vragen stelde.

Hoe vaak je ook rondreist in Spanje, het kan gewoon niet vervelen. De verschillende streken, de mensen, enz. Ze zijn telkens weer zo anders, en altijd op een sympathieke, charmante manier, vind ik.

De film ‘Ocho Apellidos Vascos’ en de TV-serie ‘Allí Abajo’, waar ik sinds kort zo verslingerd aan ben geraakt, zet bijvoorbeeld ook de verschillen tussen Andalusiërs en Basken in de verf. Maar dat is dan weer een ander verhaal, voor een volgende column!

Emmie Declerck