logo

Een bezoek aan de werkplaats van een timide kunstenaar
met een grote passie in een klein dorp

28 Mei 2019

een-bezoek-aan-de-werkplaats-timide-kunstenaar-1

Enige tijd geleden vroeg de redactie van Kosta of ik een tentoonstelling van een overleden Nederlandse schilder in Moclinejo wilde bezoeken en beschrijven. Graag natuurlijk! Het verslag hiervan heeft ook al in de Kosta gestaan. Maar er was nog een exposant, Francisco Naranjo Beltrán, met zes schilderijen “als aanvulling” zoals hij zelf zei.

Hij bleek vooral restauratiewerk te doen. Wij konden ons daar niet zoveel bij voorstellen, maar het leek mij en mijn vriendin wel interessant om daar wat meer van te horen. We vroegen om een interview en op een zaterdag wachtte hij ons op bij de ingang van het Precolumbiaanse Museum in Benalmadena Pueblo. Hij woonde er vlak naast maar voor zijn atelier moesten we nog enige steile straatjes beklimmen. Ik hoorde mijn vriendin achter mij zuchten: “Hier zou ik nooit kunnen wonen!”

Eenmaal in zijn studio, een grote, lichte ruimte, keken we onze ogen uit! Het eerste wat mij opviel, was een grote glazen kast. Bovenin zweefden rode, gele en blauwe gewaden. Eronder stond een antieke kist waarop een beeld van een torso van een man met een Romeins klassiek profiel stond. Tegen de zijkanten van de kist leunden twee naakte poppen van was en ervoor stond een beeld van het hoofd van Jezus. Op de werktafel lang nog een kindje Jezus van klei.

een-bezoek-aan-de-werkplaats-timide-kunstenaar-2

Op een plank aan de zijmuur zag ik nog een rij hoofden en op twee andere plankjes stonden twee paar handjes in diverse “houdingen”. Op de vloer stonden ergens een paar blote voeten, allemaal van was (ik geloof dat het gips is) denk ik, maar allemaal ook heel natuurgetrouw.

“Als ik een beeld restaureer, maak ik zelf de handen en voeten en soms ook de gezichten opnieuw” vertelde Francisco, “ik krijg veel opdrachten van kerken maar ook van Semana Santa broederschappen.”

“Ik dacht dat je alleen 18de en 19de eeuwse schilderijen restaureerde” zei ik. Maar Francisco bleek een veelzijdig kunstenaar te zijn. Hij had zes jaar aan de kunstacademie in Granada gestudeerd. Zijn opleiding was zowel gericht op de plastische klassieke kunst als op het schilderen, beeldhouwen en restaureren.

“Ik naai ook zelf de kleding als dat nodig is. Kijk, hier staan twee paspoppen van heiligenbeelden die ik moet restaureren.”

De ene vrouwelijke paspop had een mouwloos zachtgroen gewaad aan en uit de schouders staken houten stokken met twee houten rollen, zoiets als deegrollers eraan bij wijze van onder en bovenarm, waarvan de kleding kennelijk nog vernieuwd moest worden. Uit haar mooie heilige hoofd stak een staak omhoog de hoofdbedekking was kennelijk nog in de restauratie. De dame ernaast stond in een lattenconstructie waar nog een rok omheen moest. Haar bovenlijf was al bedekt, evenals haar hoofd.

een-bezoek-aan-de-werkplaats-timide-kunstenaar-3

Er stonden ook nog twee heiligenbeelden, helemaal gekleed: Josef met het kindje Jezus op de arm en Maria met drie vrolijke engeltjes aan haar voeten. Aan een haakje hing een witte stofjas, beschilderd met zwarte figuurtjes. “Die heeft mijn schoonzus voor me gemaakt”, zei Francisco. Na enige aandrang mijnerzijds trok hij de jas aan en demonstreerde hoe hij nu eigenlijk werkte.

Onder het grote raam stond een moderne werktafel van glas en staal met een spiegel. Hij ging op een krukje zitten, pakte een pen, passer en liniaaltje en begon te werken aan een ontwerp voor een decoratie. Heel erg precisiewerk. Er stond nog een werktafel tegen de zijmuur met potten verf en kwasten. Schilderen is zijn grote passie.

Vaak krijgt hij opdrachten voor affiches. Er hangen dan ook diverse van deze affiches aan de muur. De leukste vond ik die van het Carnaval van Málaga: twee dansende meisjes, de één als een rood duiveltje, compleet met horentjes, de ander als een roze engeltje. De affiche van de feria van Almogia is super vrolijk en romantisch: een knappe jongeman met op zijn hoofd een hoed met kleurige bloemen en linten. Hij kijkt verleidelijk naar de mooie vrouw voor hem in een flamencojurk en linten in haar hand. En zij kijkt al even verleidelijk terug.

“Op het internet zag ik je c.v. van wel zes bladzijden met opdrachten waar je allemaal voor gewerkt hebt” zei ik. “Je moet dan wel erg beroemd zijn”, voegde mijn vriendin er aan toe. Nou, aan opdrachten ontbreekt het hem dan ook niet. Maar wat hij erg moeilijk vindt, is om nee te moeten zeggen.

Laatst had hij tot 15 keer toe het verzoek van een Cofradia geweigerd. Zo vlak voor de Semana Santa is de werkdruk zo hoog, dan moeten alle beelden er weer als nieuw uitzien. “Het wordt dan erg moeilijk om voor de 15de keer met een vriendelijk gezicht nee te zeggen. Ik kan heel lang geconcentreerd werken maar daarna heb ik dan ook behoefte aan rust om tot mezelf te komen en nieuwe inspiratie op te doen. Het kost natuurlijk ook heel veel tijd.”

een-bezoek-aan-de-werkplaats-timide-kunstenaar-4

Hij had bijvoorbeeld het Jezusbeeld uit de kathedraal van Málaga samen met een collega schoongemaakt. Hij liet ons een foto zien van de rug van het Jezusbeeld, vol vlekken en donker verkleurd. Eerst moet je dan met een schoonmaakmiddel op een klein plekje testen, er mag niets misgaan! De tweede foto, na de schoonmaakbeurt zag er prachtig uit. Ze hadden in Málaga drie maanden met zijn tweeën gewerkt voor dat alles klaar en weer als nieuw was (maar dan wel 19de eeuws nieuw!) Gisteren had hij nog in één dag een kleine Jezus schoongemaakt. Als je daar dan niet heilig van wordt. Maar gevraagd naar zijn geloof bekende hij vaker naar de kerk te gaan om te werken dan om de dienst bij te wonen.

“Met Kerst en Semana Santa zoals de meeste Spanjaarden” voegde hij er aan toe. Wel gelovig maar niet praktiserend, hoewel hij de kerk toch dient door zijn praktische arbeid. Hij was nu bezig achtergronden te schilderen en voor de processie heeft hij een opdracht voor een decoratie van 7 m2, gebaseerd op de Byzantijnse tijd. Hij krijgt veel kleine ontwerpen die hij moet vergroten. En altijd is er die tijdsdruk! Hij heeft één medewerker, een “chica”, die voor hem bijvoorbeeld alle bladgoud aanbrengt waarna hij het precisiewerk doet. Ondanks dit klatergoud wordt hij er niet rijk van. “Het is altijd ‘te duur’ en de tijd is te kort!” Maar hij geeft niet om roem of rijkdom. Hij kan ervan leven en zijn werk is zijn roeping. Maar een gezin zou hij er niet van kunnen onderhouden.

Hij woont samen met zijn invalide moeder die niet meer zonder hem kan. Dit is een verhaal apart, verlamd, te laat geopereerd, nog een verkeersongeluk erbij, dus afhankelijk van familie en buren. Dat is dan weer het prettige van wonen in een klein dorp, de buren doen de boodschappen. En als ze in haar voortuintje zit, maakt iedereen een praatje met haar. Maar het dorpsleven heeft ook nadelen, vertelt Francisco. Hij heeft niet veel opdrachten in het dorp, behalve van het museum, want de mensen zijn jaloers! Hij heeft wel een zekere regionale faam, zoals hij het zelf uitdrukt en krijgt heel veel opdrachten uit Granada, Sevilla en Antequera, etcetera. En dat is voor hem dan ook meer dan genoeg.

Hij heeft wel een goede relatie met zijn collega’s, de restaurateurs en de mensen van de Cofradias. Ze gaan geregeld samen uit. En als het kan, gaat hij graag op reis. Niet de natuur, maar de cultuur boeit hem: de Arabische wereld, Egypte, Duitsland, België (hij is een Rubens fan) en Spanje natuurlijk, overal waar hij van kunst kan genieten.

“We hebben het helemaal nog niet over je schilderijen gehad”, zei ik, “dat is toch je grootste passie? Hier in je studio hangen toch ook diverse schilderijen van jou!” “Ja, allemaal opdrachten, ik heb weinig tijd voor privéwerk momenteel.”

een-bezoek-aan-de-werkplaats-timide-kunstenaar-5

Hij is bezig met het uitbeelden van de zes hoofdzonden en de zes christelijke deugden. We zagen een portret, levensgroot, van een weelderige blonde dame in een rood met goudgeel kleed gehuld met naast haar een vos en met narcissen aan haar voeten. “Ik werk altijd met symbolen” zei hij. De vos staat voor wellust en sluwheid en de narcissen voor weelde. Het geheel beeld dan ook de “Wellust” uit. Het portret van de vrouw in het wit met een levensgroot kruis in de ene en een zilveren hostiekelk in de andere hand staat symbool voor het “Geloof”. De vrouw op het derde schilderij staat naast een stevige barokke pilaar en heeft een speer in haar hand. Zij staat voor “Kracht”.

“Hé” zei ik, “nu begrijp ik waarom dat portret van de prachtige Jezuskop passiebloemen in zijn doornenkroon heeft: Passie! En wat een mooie man! Is dat ook één van je vrienden die hiervoor model heeft gestaan of gezeten waarschijnlijk?” En dat klopte. Hij had ons al eerder verteld, dat de meeste van zijn modellen zijn vrienden of familieleden waren. Ook Velasques staat hier om bekend.

Nog een vraag: Wat zou je het liefst schilderen? “Heel grote doeken met heel grote mensen. (Vandaar Rubens). In Málaga hangt een groot doek van hem in sepia, van 3 bij 6,5 meter, de aanbidding van Jezus, omringt door heiligen, bijna allemaal vriendenmodellen. Het hangt er niet altijd, soms wel, soms niet.

Het was een bijzonder bezoek aan een bijzonder en bescheiden mens. Ik had nooit beseft wat er allemaal voor werk verbonden was aan de kerkelijke rituelen en kerkschatten. Volgens Fransisco draait een deel van de Spaanse economie om de industrie rond de Semana Santa en de kerkschatten en zouden er vele banen verloren gaan, zoals bijvoorbeeld in een fabriek waar speciale stoffen gemaakt worden zoals zijde uit de vorige eeuwen die nu niet meer geproduceerd worden.

Dus geniet van de schoonheid van alle schatten en manifestaties die het geloof voortbrengt!

En dank je wel, Fransisco, dat je ons een kijkje hebt gegeven in deze - voor ons onbekende – wereld!

Else van Velthuijsen