logo

el-acebuchal-en-de-maquis-1 El Acebuchal en de Maquis

Ergens halverwege Cómpeta en Frigiliana ligt het uit ongeveer 40 huizen bestaande gehucht El Acebuchal, verscholen in een prachtige vallei onder de toppen van de Sierra Almijara. Hier kruisen zich de zandpaden waarop vroeger de muilezeldrijvers (“arrieros”) actief waren die handel dreven tussen de kustgebieden en de vlakkere, hooggelegen gebieden ten noorden van de bergen en in de buurt van Granada.

El Acebuchal staat bekend als het verlaten dorp, omdat er tussen 1948 en 1998 niemand woonde. Pas in dat laatste jaar kwamen nakomelingen van de voormalige bewoners terug naar het dorp en startten met het herstel van de ruïnes. Tegenwoordig is het een pareltje van rustieke schoonheid en een schoolvoorbeeld van verantwoorde restauratie in de originele stijl.

Wat is er gebeurd en waarom werd het dorp verlaten?

Daarvoor moeten we terug naar het jaar 1937, toen de nationalistische opstandelingen van Franco tijdens de Spaanse burgeroorlog de Axarquía in handen kregen.
Zoals overal elders in Spanje werd wraak genomen op iedereen die links en onvoldoende katholiek was. Een aantal potentiële slachtoffers hiervan ontvluchtte de dorpen en trok de bergen in, dicht bij het moeilijk toegankelijke El Acebuchal. Zo ontstond hier een guerrilla tegen het bewind van Franco, zoals dat ook in enkele andere delen van Spanje gebeurde.

Dit was geen grote groep, want een veel groter deel van links en republikeins Spanje vluchtte naar het buitenland, of hield zich schuil bij familie in de campo. De binnenlandse guerrilleros werden op zijn Frans “maquis” genoemd, in Cómpeta werd gesproken over “la gente de la sierra”, de mensen uit de bergen, terwijl het franquistische regime consequent sprak over “bandoleros”, struikrovers. Dat laatste werd in 2001 bij wet verboden.

el-acebuchal-en-de-maquis-2

De maquis konden in deze onherbergzame streken overleven dankzij steun vanuit de dorpen van herkomst. Soms gingen ze over tot gijzeling van rijken, waarvoor losgeld werd geëist en tot roofovervallen. Hierbij vielen enkele doden. Dit bleef echter allemaal binnen de perken tot 1943, toen de Spaanse communistische partij met hulp van Amerika vanuit het buitenland de val van Franco actiever ging bevorderen en daarvoor milities in bootjes aan land zette die aansluiting moesten zoeken bij de maquis. Dat was operatie “Banana”. In de Axarquía mislukte dit enkele keren doordat de Amerikanen niet echt meewerkten, totdat het in 1946 beter lukte met de landing van de communist Roberto die er in slaagde contact te leggen met de maquis rondom El Acebuchal en hier strakker leiding aan ging geven.
Deze Roberto liep mank en kon zich dus in het gebergte niet goed bewegen, maar hij werd geholpen door een maquis die daarvoor de bijnaam “het paard van Roberto” kreeg. Hardere acties van de maquis, op hun hoogtepunt ongeveer 150 mannen, veroorzaakten diverse slachtoffers onder de Guardia Civil. Deze ging toen zijn acties ook beter coördineren en richtte op de top van de goed beklimbare Lucero vlakbij Cómpeta een wachtpost op. Ze gingen ook de lokale bevolking harder controleren om steun aan de maquis te belemmeren.

In El Acebuchal leidde dit er toe dat de bevolking “tussen twee vuren” terecht kwam: ’s nachts kwamen de maquis uit de bergen, overdags kwam de Guardia Civil. Uiteindelijk werden de bewoners van El Acebuchal in 1948 door het regime van Franco gedwongen om hun huizen te verlaten.

Stalin zette in datzelfde jaar zijn steun aan de Spaanse guerrilla stop, maar diverse groepen, waaronder de groep in de Axarquía, gingen gewoon door uit angst voor represailles van de zijde van Franco. Langzaam maar zeker werden de maquis door de hardere aanpak van de Guardia Civil één voor één opgepakt of doodgeschoten. Roberto zelf wist te ontsnappen, maar werd korte tijd later in Madrid ontdekt en in een vuurgevecht gedood. Uiteindelijk werd in 1952 de laatste maquis, Lomas, doodgeschoten. Zijn lijk werd vastgebonden op de rug van een ezel en onder triomf Frigiliana binnengereden.

el-acebuchal-en-de-maquis-3

De bevolking van El Acebuchal vond in 1948 onderdak bij familie in de omliggende dorpen. Mensen die voor hun werk nog dicht in de buurt van El Acebuchal kwamen, werden zwaar gecontroleerd zodat ze geen voedsel achter konden laten voor de maquis. Mensen die verdacht werden van contacten met “gente de la sierra” werden gemarteld in de kwartieren van de Guardia Civil in Cómpeta en Frigiliana.

Nadat de maquis uiteindelijk verslagen waren, keerden de bewoners van El Acebuchal niet terug, omdat alles te veel verwaarloosd was. Pas in 1998 besloten enkele nakomelingen van voormalige bewoners zich opnieuw in het inmiddels volledig vervallen dorp te vestigen, waaronder Antonio “El Zumbo” en zijn vrouw Virtud die startten met de restauratie van huizen in oude stijl. Antonio is de zoon van een voormalig muilezeldrijver die door de Guardia werd doodgeschoten als wraak voor een actie van de maquis. Ze hadden de vader van Antonio voor die wraakneming uitgekozen omdat hij familie was van een lid van de maquis.

Antonio opende in 2005 een bar op aandringen van steeds vaker door het dorp passerende wandelsporters. Het menu omvatte vooral wildgerechten, echter sinds kort is er concurrentie en heeft de familie de kaart aangepast, er is nu zelfs vis te verkrijgen! Antonio zelf vertoeft overigens liever in zijn winkeltje van streekproducten.

Hein Hendriks