logo

het-dorp-groeit-1 Het dorp groeit

We hebben weer een nieuwe aanwinst bij Kosta. Marja Baarslag woont sinds drie jaar in Spanje en vertelt jullie graag wat meer over haar leven op de ‘campo’, in de natuur en tussen haar dieren.

Wanneer ik in Ráfales kom, heb ik altijd het gevoel dat ik terug in de tijd stap. In dit pittoreske dorpje zouden eigenlijk nog ezelkarren moet rondrijden in plaats van auto’s. Vandaag ga ik officieel inwoner worden van dit mooie plaatsje.

Ik word vriendelijk begroet in het gemeentekantoor. Het is een mooi oud gebouw met een langwerpige ruimte. Tegen de muren staan hoge kasten vol met papieren dossiers. Er staan drie bureaus, overladen met paperassen naast elkaar. Op een ervan zie ik een asbak staan die duidelijk nog in gebruik is.

De aardige secretaresse van het gemeentehuis ziet er, net als haar collega’s, uit alsof ze de pensioengerechtigde leeftijd al heeft bereikt. Na iedere letter die ze op het toetsenbord intikt kijkt ze opnieuw in mijn paspoort. Ik kan mezelf er ook wel iets bij voorstellen dat zo’n Nederlandse naam erg lastig voor haar is. Ze pakt mijn paspoort op en bestudeert het fronsend: “Heb je maar één familienaam?” vraagt ze mij verbaasd. Ik neem het paspoort van haar over en wijs erin: “Nee, hier staat de naam van mijn man, op de volgende regel. De e/v betekent echtgenote van”, leg ik haar uit. De frons wordt groter: “Wat doet de naam van je man in je paspoort ?” vraagt ze oprecht verbaasd.

het-dorp-groeit-2 

Ineens herinner ik me weer dat Spanjaarden allemaal een dubbele naam hebben, mannen en vrouwen. Bij de geboorte krijgen ze de familienaam van hun vader en hun moeder mee. “In Nederland krijgen we alleen de naam van de vader en wanneer je trouwt, krijg je de familienaam van je man erbij”, vertel ik haar. “En de naam van je moeder dan!?” “Eh, nou die verdwijnt”, antwoord ik een beetje ongemakkelijk. “Belachelijk, die loopt 9 maanden met het kind rond en is dan ineens niet meer belangrijk!”, roept ze verontwaardigd uit, terwijl ze met haar handen wild voor haar buik zwaait om mij met gebaren duidelijk te maken dat ze het over een zwangere buik heeft. Ik kan niet anders dan in de lach schieten en dan lacht ze met mij mee.

Wanneer ze mijn persoonlijke gegevens dan eindelijk in de computer heeft geregistreerd, bladert ze zoekend door mijn paspoort. “Heb je geen kinderen?” vraagt ze nieuwsgierig. “Nee, ik heb geen kinderen.” Haar collega aan het andere bureau tilt zijn hoofd op en zegt hoopvol: “Maar die komen misschien nog wel.” Ik voel me gevleid dat hij blijkbaar denkt dat ik nog in de leeftijdscategorie zit dat het krijgen van een kind nog tot de opties behoort. “Nee, dat gaat zeker niet meer gebeuren”, antwoord ik hem vol overtuiging. Ik zie de teleurstelling in de ogen van beide gemeente ambtenaren. Snel verschijnt er weer een glimlach op hun gezichten. Het inwoneraantal is vandaag toch gestegen van 159 naar 161.

Marja Baarslag