logo
levenstestament-in-spanje-deel-5-1

Levenstestament in Spanje Deel 5: Nalatenschapsplanning

In deze column en de volgende column over het levenstestament wordt ingegaan op de mogelijkheden die het levenstestament biedt op het gebied van nalatenschapsplanning (Estate planning).

Casus

Sjoerd is 54 jaar oud en onder huwelijksvoorwaarden gehuwd met Wilma: er bestaat tussen hen geen enkele gemeenschap van goederen. Zij hebben samen een kind van elf jaar oud. Na een aantal moeilijke jaren loopt het bedrijf van Sjoerd zeer goed en hij besluit zijn bedrijf te gaan verkopen om in Spanje van een vervroegd pensioen (en zijn kind) te gaan genieten. Sjoerd en Wilma hebben geen testamenten opgemaakt, daar waren ze altijd veel te druk voor. Zij wisten dat zij zonder testamenten bij overlijden onder de Nederlandse wettelijke regeling zouden vallen. Daar namen zij vooralsnog genoegen mee, aangezien daarin de positie van de langstlevende echtgenoot zeker is gesteld.

Huwelijksvoorwaarden

De huwelijksvoorwaarden waren bedoeld om het (beperkte) vermogen van Wilma buiten schot te houden toen Sjoerd ondernemer werd. Tijdens de crisis ging het bijna mis met zijn bedrijf, en daarvan leerden zij dat anticiperen op minder fijne scenario’s ook verstandig is. Nu Sjoerd tot verkoop van zijn bedrijf wil overgaan en samen met Wilma permanent naar Spanje wil emigreren, ziet hij geen reden meer om de huwelijksvoorwaarden in stand te houden. De notaris die hen adviseert, vertelt Sjoerd en Wilma dat bij een overstap naar een algehele gemeenschap van goederen de helft van het vermogen van Sjoerd doorschuift naar Wilma zonder dat er in Nederland sprake is van een schenking (en van schenkbelasting). Deze notaris kent ook de erfbelastingvrijstellingen en -tarieven in Spanje en vertelt Sjoerd dat zijn vermogen veel te groot is voor de Spaanse erfbelastingvrijstelling van Wilma. Halvering van zijn vermogen zou (ook) met het oog hierop zeer welkom zijn. Ze besluiten daarom de huwelijksvoorwaarden op te heffen zodra het bedrijf verkocht is.

Gezien het belang neemt de notaris in het levenstestament dat hij gaat opmaken ook een volmacht op waarmee Wilma zelfstandig de huwelijksvoorwaarden kan opheffen als Sjoerd  tijdelijk of permanent niet meer in staat zou zijn om daarvoor te tekenen (en andersom). In de tussentijd kan er immers van alles gebeuren. De notaris voorziet dat Sjoerd en Wilma al vóór verkoop van het bedrijf een huis in Spanje zullen kopen. Met het oog hierop adviseert hij uitdrukkelijk dit dan vooral op beider naam te doen. Zo niet, dan veroorzaakt een latere opheffing van de huwelijksvoorwaarden een vermogensverschuiving die in Spanje wél zal worden belast met schenkbelasting.

Erfrecht

Twee jaar later is het bedrijf voor een goede prijs verkocht. Sjoerd en Wilma hebben inmiddels al  een prachtige villa aan de Costa Blanca gekocht. Zij realiseren zich dat er nu écht testamenten moeten komen. De in 2015 in werking getreden Europese Erfrechtverordening bevat als hoofdregel dat ‘het recht van de woonplaats’ van toepassing is op de vererving én de afwikkeling van de nalatenschap. Aangezien het Spaanse recht geen langstlevende bescherming kent zoals wij die in Nederland kennen, dienen de nieuwe testamenten om te beginnen een rechtskeuze voor het Nederlands erfrecht te bevatten. Vervolgens moeten de testamenten worden aangevuld met clausules die goed functioneren binnen de regels van het Nederlands erfrecht, met de nadruk op de belangen van de langstlevende echtgenoot. De notaris vertelt dat daarnaast de grilligheid van de Spaanse erfbelastingwetgeving een serieus aandachtspunt is. Zijn advies is het testament zo ‘flexibel’ mogelijk op te stellen, hetgeen goed mogelijk is met de moderne regels van de Nederlandse wet op dit gebied. Alle eigendommen kunnen – zoals gebruikelijk in een standaard langstlevende testament – worden toegedeeld aan de langstlevende, maar er kan door de langstlevende ook worden gekozen voor een afwijkende verdeling. Daarmee kan er – als dat nodig mocht blijken wegens de (lagere) vrijstellingen van dát moment – bijvoorbeeld worden gekozen om niet alleen de vrijstelling van de langstlevende echtgenoot, maar ook die van de kinderen te benutten. Hiervoor is een afwijkende verdeling nodig. Een afwijkende verdeling kan echter ook worden gekozen op grond van andere argumenten.

Maar – zegt de notaris – wat nu als de langstlevende echtgenoot wilsonbekwaam blijkt te zijn op het moment dat die keuzes door hem of haar zouden moeten worden genomen, door een ongeluk, een herseninfarct of een andere ziekte? Voor dat geval adviseert hij Sjoerd en Wilma een levenstestament te maken waarin iemand wordt benoemd die deze keuzes namens de wilsonbekwame langstlevende kan maken. Zo niet, dan is het flexibele testament in zo’n situatie niets meer dan een gewoon standaard langstlevende testament zonder keuzemogelijkheden. Omdat een wilsonbekwame echtgenoot natuurlijk ook geen executeur kan zijn, dient de in het levenstestament aangewezen persoon in het ‘gewone’ testament als opvolgend executeur te worden aangewezen. Met andere woorden: het testament en levenstestament moeten – zo veel mogelijk – op elkaar worden afgestemd.

Judy Tromp & Renato Zanardi