logo
maria-al-alba-cantaora-de-flamenco-1

Maria Al Alba Cantaora de Flamenco 

“Geboren in Sevilla en opgegroeid in Jerez, een beter begin kun je niet hebben voor een levenslange liefdesverhouding met de arte flamenco”, waren de eerste woorden die ik te horen kreeg van María Jiménez. Wat er verder nog toe bijdroeg was dat de vader van een van haar vrienden een vrij bekende componist was. Hij had muziek geschreven voor niemand minder dan Lola Flores (de ongekroonde koningin van de flamenco in de tweede helft van de vorige eeuw).

In Jerez was María vanaf haar 16e jaar vaak met een vriendengroep te vinden in de dansschool van voornoemde componist waar men zich bezig hield met zang en dans en het componeren van flamenco muziek. Haar ouders waren niet bepaald verheugd te zien en te horen dat hun dochter het artistieke pad bewandelde, maar waren wijs genoeg om in te zien dat de jeugd een stuk mondiger was geworden dan vorige generaties.
In 1975 kreeg Maria een baan in een hotel in Torremolinos. Naast dat hotel was de Royal Pub met een Franse eigenaar en al snel verruilde María het hotelwerk voor een baan in deze pub waar ze optrad als flamencozangeres en achter de bar de klanten bediende. De verdiensten waren 3000 pesetas per maand plus tip en tevens leerde ze ook nog wat Engels, wat de voertaal was in de Royal Pub. De aldaar spelende gitarist werd verliefd op María en toen dit wederkerig bleek te zijn werd een jaar later in het huwelijk getreden. Na zes jaar Torremolinos vertrok het stel, met inmiddels twee kinderen, naar Málaga en opende daar hun eerste Tablao Flamenco.
In de jaren tachtig was er een toenemende belangstelling voor  Sevillana muziek en Maria maakte haar eerste plaat, nam die mee naar Madrid, waar er een beetje aan gesleuteld werd en binnen de kortste tijd was haar stem op de radio te horen. Daarna zagen nog enige platen het licht die meer succes hadden en in de jaren ‘90 bezocht María niet minder dan vier keer Venezuela, waar ze optrad in de Melia hotels.                             
                                                                                                                                                        
“Ik werd goed betaald en nam soms de kinderen mee die meestal bij hun grootouders bleven, maar mijn man begeleidde me altijd op zijn gitaar. We verdienden goed geld maar aan het einde van de vorige eeuw zijn we in Madrid gebleven voor de kinderen. Sinds 2000 woon ik in Marbella, maar kwam daar al eerder tijdens korte vakanties. Ik ben van mijn man gescheiden. Hij leeft hoofdzakelijk voor zijn gitaar en had geen zin meer in optredens. Hij woont nog steeds in Madrid en geeft daar muziekles. Ik begon met een P.R. baan in Marbella en opende al snel een taverna, genaamd: ‘Donde Maria’, in de Calle Nuestra Señora de Gracia. Wegens problemen met de buren over geluidsoverlast begon ik drie jaar later een Tablao Flamenco onder dezelfde naam ‘Donde Maria’ dus, vlakbij het voetbalstadion en bleef daar van 2005 tot 2012. Nu zing ik op bestelling waar ze me willen horen en doe dat nog steeds graag, want het is mijn manier om in contact met de wereld en zijn mensen te treden. Zingen helpt me om het meisje te zijn dat ik was en dat ik nog steeds wil zijn en dat heeft niets met leeftijd te maken.”                                                                                                                                          

Dit alles vertelde Maria mij met sprankelende ogen die duidelijk aangaven dat hier een vrouw aan het woord was die prachtige herinneringen ophaalde.                                       
                                                                                                 
”Flamenco moet recht uit je tenen en je ziel komen” vervolgde ze. “Als het niet oprecht is dan hoor je dat meteen. Ik zing ook allerlei populaire liedjes en overgiet ze dan met een flamencosausje, ik schrijf de teksten en mijn vaste gitarist componeert de muziek. Ik heb ook een theaterstuk geschreven waarin de dichtkunst van García Lorca (één van Spanje’s meest geliefde dichters) gecombineerd wordt met muziek en dans.”                    
Flamenco wordt gekenmerkt door muziek met strakke ritmestructuren, meestal gecombineerd met dans en María legde verder uit dat de cante buleria een uitbundige flamenco is met een heel moeilijk ritme wat ze illustreerde met het feit dat het voor flamenco artiesten makkelijk is om jazz te spelen.

Marbella heeft vele gelegenheden waar deze typische vorm van Andalusische muziek beluisterd kan worden en prijs uzelf gelukkig indien u een optreden kunt bijwonen van María. U kunt dan genieten van de grote artistieke capaciteiten van deze sympathieke kleine vrouw  die op haar eigen unieke wijze de flamenco muziek ten gehore weet te brengen.

Er bestaan talloze theorieën over de oorsprong van flamenco en die van het woord zelf. De naam flamenco werd voor het eerst in het midden van de 18e eeuw gebezigd, maar de muziekvorm zelf is veel ouder. Een van de vele theorieën over de oorsprong is dat deze uit Vlaanderen stamt. Als men bedenkt dat de latere, in Gent geboren, keizer Karel V in 1517 met zijn  hofhouding naar Spanje vertrok om daar eerst tot koning te worden ingezworen is deze veronderstelling nog niet zo gek. Deze hofhouding bestond immers vrijwel geheel uit Vlamingen die net als de nieuwe koning amper een paar woorden Spaans spraken. De popularisering van deze muziek begon echter pas in de jaren zeventig van de vorige eeuw toen  het in de diverse tablaos (een soort café chantant) vooral door zigeuners gespeeld en gezongen werd.

Berry J. Prinsen