logo
over-indische-passie-en-victoria-1

Over Indische passie en Victoria, de patrones van Málaga

Wanneer Pablo Picasso 9 jaar (1890) is, wordt - niet veel verder van waar hij woont - Ana Delgado geboren, dochter van café-uitbaters aan de Plaza del Siglo.  

Begin 20ste eeuw is - omwille van politieke onrust, epidemieën en daardoor ook heel wat armoede - een woelige periode in Málaga.

Net zoals de ouders van Pablo naar Coruña - in het noorden van Spanje - emigreerden, vertrok ook het gezin van Ana Delgado uit Málaga, op zoek naar een beter leven in Madrid. Om wat extra geld te verdienen ging de toen 16-jarige Ana samen met haar zus - weliswaar onder het strenge oog van haar ouders - dansen in café Teatro Kursal, in de buurt van Puerta del Sol. Niet veel later kwamen naar aanleiding van het verjaardagsfeest van de toenmalige koning Alfonso XIII, heel wat staatshoofden - waaronder de Indische  prins van Kapurthala - naar Madrid. Al snel liet de prins zijn oog vallen op de jonge Andalusische schoonheid. Dat hieruit later een Indische passie ontstond en een eenvoudig meisje uit Malaga, prinses van India werd was je allicht duidelijk, maar hoe dit verder loopt lees je in het prachtige levensverhaal van Ana Delgado - Pasión India - geschreven door Javier Moro.

Op een cruciaal en moeilijk moment in haar leven smeekt Ana Delgado om steun bij Victoria, de patrones van Málaga. In ruil voor een goede afloop belooft ze haar de mooiste mantel ter wereld te schenken. Zo geschiedde, want nu nog steeds kan je op het zolderkamertje van de Santa Maria Victoria Basiliek de prachtige mantel bewonderen. Buiten deze verborgen schat op zolder, herbergt de basiliek - gewijd aan de beschermheilige van de stad - nog heel wat meer bijzonderheden. De familie Buenavista - bekend van het Buenavista Paleis waar vandaag het Picasso Museum is ondergebracht - liet een adembenemende crypte bouwen, waarin zwart en wit, leven en dood, hemel en hel, in schril contrast staan met elkaar. Vanuit de crypte in de kelderverdieping wandel je bijna letterlijk naar de hemel. Omringd door een twintig meter hoog kantwerk van steen zit “La Virgen de la Victoria” te wachten tot wanneer ze op haar feestdag - 19 augustus - in alle pracht en praal de stad wordt rondgedragen. Wacht echter niet tot de feria om haar te bewonderen, want geloof me, ook bij mij staan kerkbezoeken niet steevast bovenaan mijn “to do lijstje” tijdens een stedentrip, maar dit keer is het een ommetje meer dan waard.

De basiliek ligt ten noorden van het historische centrum aan de Plaza Santuario, op het einde van de Calle Victoria (vlakbij Plaza de la Merced).

Ilse Vanaken