logo

Vakantie vroeger en nu

vakantie-vroeger-en-nu-1

Wie houdt er niet van om op vakantie te gaan?
Vandaag de dag kunnen we ons niet meer voorstellen dat we enkel nog zouden werken of naar school gaan zonder een moment van ontspanning. We kunnen zelfs op verschillende manieren op onze bestemming geraken. Of het nu met de trein, de auto, de caravan, de fiets, per kameel of olifant of met het vliegtuig is, op vakantie gaan we!

Ook onze kinderen die, na hard werken op school aan rust toe zijn, kijken uit naar de vakantie. Vooral de zomervakantie! De gróte vakantie is iets om naar uit te kijken.

Dit is echter niet altijd zo geweest!

In het Babylonische tijdperk kende men al wel een soort van vakantie. Er was een historische bibliotheek te vinden die men graag bezocht. Ook het oude Egypte met zijn prachtige piramides en bouwwerken was een favo-
riete bestemming in de oudheid. In die tijd kostte reizen natuurlijk veel meer tijd dan nu, aangezien de afstanden nog overbrugd moesten worden met paarden, ezels en eventueel ook kamelen.

In het Oude Mexico kon men al genieten van een reinigingsritueel in een van de vele badhuizen, de zogenaamde Temazcales. Dit deden ze om de godin van de reinheid, de seksualiteit en de verborgen geneugten te eren. Hier ging men zich baden en het was een moment om te relaxen.

Ook de oude Grieken hielden ervan om naar de badhuizen te gaan. Onze heerlijke Spa’s hebben we hieraan te danken. Er waren diverse baden met verschillende temperaturen, sauna, stoombaden, enzovoort. Het was een plaats waar mensen hun sociale contacten konden versterken op een aangename manier. Gezondheid was heel belangrijk bij de Oude Grieken.
Zei men niet ‘een gezonde geest in een gezond lichaam? Daar hoorde dan natuurlijk ook een rein lichaam bij. Wij zijn nu vooral blij met hun goede ideeën. De Spa’s die wij kennen zijn immers niet veel veranderd en we genieten er nog steeds zo van als toen.

In het Oude Romeinse Rijk heerst er een periode van vrede. Dit maakte dat mensen tijd en zin kregen om te gaan reizen. Er werd voor gezorgd dat reizigers veilig konden rondtrekken en ook kwamen er allemaal faciliteiten zoals herbergen, restaurants en handelaars langs de wegen zodat de mensen van alles voorzien waren tijdens het reizen. Zelfs de eerste reisgidsen ontstonden. Ze waren wel tiendelig en heel erg uitgebreid, dus niet echt handig om mee te nemen op je paard.

Na de val van het Romeinse rijk zorgden de donkere Middeleeuwen ervoor dat de vakantie ook even ‘vakantie’ nam. Er werd alleen nog gereisd om te plunderen of om nieuw land te zoeken. De reisroutes waren zo onveilig dat mensen liever dicht in de buurt van hun dorp bleven. Ze verplaatsten zich enkel om naar doopfeesten en huwelijksfeesten te gaan of om feestdagen te vieren. De enige uitzondering hierop waren de pelgrims. Zij reisden hun roeping achterna naar het heilige land Jeruzalem. Tussen Rome en Jeruzalem ontstond er een heel netwerk van herbergen, handelaars en kloosters die de pelgrims ondersteuning gaven op hun tocht.

In de 19de eeuw werd vakantie iets voor de rijken. De Franse aristocratie ging al hun zomers doorbrengen in de Champagnestreek. Daar brachten ze hun dagen door met eten, drinken, dansen en jagen. Pas na de Industriële Revolutie komt er stilaan verandering in de rechten van de arbeiders betreffende rustdagen en vakantiedagen.


Hierover meer in deel 2 !

Kosta redactie