logo

Valiezenkoers

valiezenkoers-1

Daar is juli, de uitgesproken vakantiemaand. En dat merk je aan alles. De laatste dagen van juni werd er naarstig gepoetst en gekuist, want alles moet proper zijn tegen dat de familie voor een paar weken het ouderlijk huis voor een hotelkamer gaat inruilen. Vader heeft een lijstje opgesteld wat er zoal mee moet. Moeder vult dit aan tot een twee pagina geschrift.

En dan is het zover. De twee valiezen worden vol gepropt maar, owee, slechts de helft van het lijstje is verwerkt. Terug aan tafel: wat kunnen we missen. Niets, zegt moeder. Dus vader naar de winkel om extra valiezen te kopen. Na deze laatste stresserende dag wordt bij de Chinees een take away opgehaald. Nog een klein afwasje en ze gaan vroeg naar bed.

03:00 uur: de wekker zoemt. Een kattenwasje en hup in de taxi. Op de luchthaven staan lange rijen aan de balies aan te schuiven. De spanning stijgt. Tijd om in te stappen. Het merendeel - instapkaart en identiteitskaart in de hand - staat drummend te wachten alsof men hen zal vergeten mee te nemen.

Uren later zijn ze dan in hun hotel aangekomen, bekaf van de emoties onderweg en de lange reis.

 

TOERISTEN

Ongenadig staat ze aan het firmament,
als een heet filament.
Ze blakert alles ros en bruin,
vanaf de voeten tot de kruin.

Geen mens die het waagt,
er lang in te vertoeven.
Maar die toeristen, god geklaagd,
liggen erover te snoeven.

Want thuis moeten ze kunnen tonen
hoe goed het is om hier te wonen.
Vergeten doen ze wel,
al die kommer en kwel,
om die bruine tint te bekomen
en hun vel te laten afromen.

Wie hier permanent woont,
lacht met dit alles en hoont:
Zie ze daar liggen als kippen,
’t zal blijven plakken aan hun ribben.
Pas ’s avonds zullen ze beseffen
hoe hun kleren hen bekleffen.
Want het zweet breekt hen dan uit,
als stoom uit een moorkenstuit.

Een huid vol blaren,
de koorts niet te bedaren,
rillen ze zich te pletter
en vloeken als een ketter.

Maar thuis gekomen toch maar pronken
als bomen zonder tronken.
Want amper twee weken nadien,
is van al dat bruin niets meer te zien.

Dauwe Marc