logo

Vechten als hond en kat

vechten-als-hond-en-kat-1

Op dezelfde dag als dat we de finca kochten werd onze superblije Ridgeback, Toba, geboren. Een heerlijk dier dat overal nieuwsgierig naar is en met alles en iedereen wil spelen. Kennissen met kippen, eenden en katten zijn wat minder blij als we haar meenemen voor een bezoekje. Hoe ik ook mijn best doe om haar in toom te houden, als ze iets nieuws ziet is er geen houden aan, ze moet er rennend en kwispelend op af.

Nadat we in de winter ons huisje in zijn getrokken, worden we maandenlang geteisterd door een muizenplaag. Met grote verbazing hoor ik de woorden “zullen we een kat nemen” uit mijn mans mond rollen. In de 26 jaar dat we samen zijn heb ik nooit anders begrepen dan dat hij een enorme hekel aan katten heeft. Als hovenier heeft hij te vaak ongewild met zijn handen in de kattenpoep gegrepen en buiten dat, vermoorden ze behalve muizen ook vogels en hagedissen.

Ik geef hem geen kans om erop terug te komen en ga direct op zoek. Toba is door het dolle heen als de 3 maanden oude Luchi in ons gezinnetje wordt opgenomen. Om aan het huis te wennen moet het katje minstens 10 dagen binnen blijven. In dit geval is het erg handig dat Toba daar weinig ruimte heeft om te rennen. Ik maak er een dagelijkse gewoonte van om samen met ze op de grond te zitten.
“Zachtjes doen” fluister ik keer op keer tegen onze overenthousiaste hond en beloon haar flink als ze hiernaar luistert.

Een paar dagen later zie ik hond en kat lekker tegen elkaar aanliggen. Vanaf die dag lijken ze onafscheidelijk.
In ieder geval binnen. Zodra Luchi naar buiten mag, sprint Toba er achteraan en kijkt verbijsterd en teleurgesteld toe als deze in een boom klimt. Een poosje probeer ik Toba te leren ook buiten zachtjes te doen met Luchi, want als ze hem eenmaal te pakken heeft, speelt ze zo ruig dat het eruit ziet alsof ze hem verkracht. Totdat ik zie dat Toba buiten ligt te slapen, Luchi op haar toesluipt, haar een pets in haar snuit geeft en dan keihard wegrent alsof hij wil zeggen: “Pak me dan als je kan.”

Die twee die zoeken het zelf wel uit. Overdag buiten rennen en ruig spelen. In de avond krijgt hond eerst een uitgebreide wasbeurt van de kat, zelfs de binnenkant van de oren worden gewassen, waarna ze als twee geliefden innig verstrengeld gaan liggen slapen. Als het erg warm is delen ze nu ook buiten een kleedje waarop ze samen een middagdutje doen.

Het begrip ‘vechten als kat en hond’ heeft een heel andere betekenis voor ons gekregen!

Marja Baarslag