logo
vermogensbelasting-spanje-niet-residenten-1

Vermogensbelasting in Spanje voor niet-residenten

25 April 2019

De vermogensbelasting in Spanje (ook wel kapitaal-, aandelen- of fortuinbelasting genoemd) is een belasting die afzonderlijk wordt toegepast, niet op jaarlijkse inkomsten of transacties, maar op de persoonlijke bezittingen van elk individu, zoals bankdeposito’s, onroerend goed en pensioenfondsen. De berekening is gebaseerd op de totale waarde van deze activa van de belastingbetaler. In het geval van niet-residenten omvat de berekening alle activa die in Spanje worden aangehouden.

In 2008 werd de Spaanse vermogensbelasting uit het systeem verwijderd aangezien een bonificatie van 100% werd toegepast krachtens de wet 4/2008 gepubliceerd op 23 december. Maar dit duurde niet lang gezien de belasting tijdens economische crisis in 2011 tijdelijk weer werd ingevoerd en sindsdien jaarlijks is verlengd, ook opnieuw voor 2018 zoals is gepubliceerd in het Staatsblad op 4/7/18 door de wet 6/2018 van 3 juli.

De algemene regels van de vermogensbelasting in Spanje zijn als volgt:

  • Op het moment van de berekening van de belasting dient u niet alleen rekening te houden met de activa en rechten, maar ook met de bijbehorende schulden en verplichtingen.
  • Om de waarde van de woning te berekenen, moet de belastingbetaler de hoogste van de volgende waardes in de aangifte optekenen: de fiscale waarde, de kadastrale waarde en de aankoopprijs.
  • De eerste 700.000 euro zijn vrijgesteld van belasting.

De Spaanse vermogensbelasting is jaarlijks verschuldigd op 31 december en de belastingaangifte moet zes maanden vóór het einde van juni van het jaar daarop worden ingediend en betaald.
De verplichting tot de belastingaangifte geldt voor alle belastingbetalers met een positief resultaat en ook voor belastingplichtigen van wie de bezittingen en rechten een waarde hebben van meer dan 2.000.000 euro, zelfs als hun belastingaangiften negatief zijn en ze daarom dus niet hoeven te betalen.
De vermogensbelasting is van toepassing in heel Spanje, hoewel elke autonome gemeenschap het vrijgestelde minimum, het belastingtarief, aftrekposten en bonificaties kan reguleren op voorwaarde dat ze compatibel zijn met de standaardwet.

De wet bepaalt twee soorten belastingplichtigen op basis van hun fiscale woonplaats:

  1. Belastingplichtige door persoonlijke verplichting – van toepassing op inwoners van Spanje. Ze worden belast voor al hun bezittingen, ongeacht of deze zich in Spanje bevinden of niet, en de rechten die in Spanje of in het buitenland kunnen worden uitgeoefend.
  2. Belastingplichtige door zakelijke verplichting – van toepassing op alle niet-residenten in Spanje. Ze worden alleen belast over de activa in Spanje en over de rechten die in Spanje kunnen worden uitgeoefend.

Niet-residenten in de EU, IJsland en Noorwegen moesten de tarieven toepassen waar het grootste deel van hun vermogen zich bevond, maar deze bleken oneerlijk te zijn aangezien in sommige autonome gemeenschappen hogere tarieven gelden dan in andere, dus werd afgesproken dat deze inwoners kunnen kiezen tussen de staat of de autonome gemeenschap.

Welex, Lawyers & Accountants
www.welex.es