logo

Wie zijn de zingende kinderen van de kerstloterij?

21 December 2018

wie-zijn-de-zingende-kinderen-van-de-kerstloterij-1

Elk jaar op 22 december breekt een voor veel Spanjaarden spannend moment aan: de trekking van de jaarlijkse kerstmisloterij, El Gordo. Kinderen in schooluniform die de winnende bedragen zingen, met telkens op het einde een lang “… mil euroooooooooos”. En dat drie uur lang! Opvallend is dat deze kinderen al bijna 250 jaar lang uit één en dezelfde school komen. En daar schuilen wel wat verhalen achter – zoals dat van Manuel kort na de Spaanse Burgeroorlog.

San Ildefonso, zo heet de school die al 247 jaar is uitverkoren als de wieg van de zingende loterijkinderen. Ze ontstond eeuwen geleden in Madrid als katholiek weeshuis. In 1553, onder de heerschappij van Carlos I, was er al sprake van deze school die steun ontving van het gemeentebestuur voor opvoeding, onderwijs en levensonderhoud van kinderen zonder ouders. Dat maakt van San Ildefonso officieel een van de oudste tehuizen in Europa.

In ruil voor donaties zongen de kinderen destijds op processies, kerkdiensten, begrafenissen en festiviteiten. Toen Carlos III in 1763 de Loterij oprichtte en een onschuldige hand nodig had om de winnende nummers en bijbehorende bedragen eruit te halen, kwam hij dan ook makkelijk uit bij de kinderen van dit instituut. Sinds 1771 ontvangt de school daarvoor elk jaar een fikse donatie.

Terwijl de school vroeger enkel kinderen uit Madrid toeliet, zijn tegenwoordig alle nationaliteiten welkom. De jonge zangertjes moeten ook geen wees meer zijn. Minderjarigen uit families met financiële moeilijkheden zijn evengoed welkom. Die kinderen blijven tijdens de schoolweek op internaat en gaan in het weekend naar huis. Pas sinds 1984 mogen ook meisjes meezingen.


Een lotje voor het leven

Ondanks de donaties was het leven van een wees aan San Ildefonso lang niet altijd comfortabel. Zo moesten de kinderen tijdens de Spaanse Burgeroorlog hun toevlucht zoeken in Catalonië. Na de oorlog keerden zowel de loterijtraditie als de kinderen terug naar de hoofdstad. De dagen van de trekking waren een heus feest voor de zingende scholieren, want ze kregen dan melk of een spiegelei, iets uitzonderlijks in die tijd. En dan zijn er nog de verhalen waarbij kinderen een graantje geluk meepikken wanneer zij het winnende nummer uit de grote trommel halen en het bijbehorende bedrag uit de kleine. Soms zelfs in die mate dat het winnende lot hun eigen lot voorgoed verandert.

Manuel Viñuales was zo een weesjongen die met het uitzingen van het winnende nummer indirect een nieuw leven won. Hij was acht toen hij in het San Ildefonso tehuis terechtkwam: zijn vader was gestorven aan buikvliesontsteking toen hij drie was; zijn moeder kon als naaister de eindjes niet aan elkaar knopen.

Na de Spaanse Burgeroorlog en vele tranen en ontberingen lachte het geluk Manuel toe toen hij op 22 december het winnende nummer 13.039 mocht zingen. Hij was toen twaalf jaar. Het indrukwekkende bedrag van vijftien miljoen ging naar militair Don Alejandro uit Jaén, die de jongens meteen uitnodigde voor een feestmaal bij hem thuis – dit in de barre tijd kort na de burgeroorlog, toen de meesten in Madrid honger leden. Voor Manuel destijds een onvergetelijke gebeurtenis: “We aten werkelijk alles en het meeste proefden we voor het eerst in ons leven. Er waren allerlei slaatjes, worst, vlees uit de oven,… En dat terwijl er toen zelfs nauwelijks garbanzos (kikkererwten) te vinden waren!”

Drie jaar later zou hij de militair weerzien, en deze keer zou hij om wat meer vragen dan een fikse maaltijd. Op vijftienjarige leeftijd moesten de jongens immers ‘het huis uit’, en dat betekende het einde van kosteloos onderdak en eten. Manuels klassenleraar raadde hem aan om voor landbouwdeskundige te studeren, maar Manuel had geen rooie duit - al helemaal niet om het toegangsgeld van de academie te betalen - en ook geen familielid die zelf gestudeerd had of hem daarin kon steunen. Toen herinnerde hij zich Don Alejandro.

Hij trok zijn stoute schoenen aan en klopte bij de militair aan om hem een wel heel grote gunst te vragen: kon hij die 300 pesetas toegangsgeld soms helpen betalen? Het klinkt als een klein bedrag, maar in die tijd was het meer dan wat de directeur van een bankfiliaal verdiende.

Manuel had geluk en mocht voortaan elke maand een cheque afhalen bij Don Alejandro, tot hij afstudeerde en een goede baan vond. Hij trouwde en kreeg zes kinderen. “Zonder El Gordo was ik vandaag niet de man die ik geworden ben.”

Emmie Declerck