logo

Zeevogels aan de Costa del Sol

zeevogels-aan-de-costa-del-sol-1

De winter is de beste tijd van het jaar om zeevogels te observeren. Velen van ons lopen langs de kust en zien de meeuwen en soms lijken we ‘eenden’ te zien, die in de golven van de zee duiken, weer verschijnen en dan weer verdwijnen.

Met een verrekijker of beter nog, met een terrestrische telescoop, kan men op sommige punten een grote verscheidenheid aan zeevogels observeren. Meeuwen zijn een van de vele soorten die in onze zee leven. Als je goed kijkt, zijn er verschillende groottes van meeuwen te zien met verschillende kleuren veren en dit komt door de verschillende soorten en leeftijden van de meeuwen die we kunnen observeren.

zeevogels-aan-de-costa-del-sol-2

In de winter zoeken de meest noordelijke soorten, die door Atlantische stormen in onze richting geduwd worden, beschutting in de Middellandse Zee. Soms worden de enorme Groenlandse meeuwen (Larus glaucoides) gezien. Veel soorten overwinteren duizenden kilometers van hun broedplaatsen. Met de genummerde plastic ringen is het gemakkelijk om meeuwen uit Finland, Noorwegen, Engeland, Nederland, Polen en andere landen aan de kust van Málaga te zien. Velen van hen komen hier jaar na jaar, zoals een Noorse meeuw die 15 jaar lang op de stranden van Fuengirola en Torremolinos werd waargenomen.

Andere vogels, zoals sterns, kleine zeezwaluwen, die vissen zoeken in het water in de buurt van de kust, kunnen grote reizigers zijn. De Noordse Sterns (Sterna paradisaea) reizen vanuit hun broedgebied in het Noordpoolgebied na de zomer daar op zoek naar de zomer in de Antarctische zeeën. Ze reizen twee keer per jaar en leggen tussen de 38.000 km en soms 80.000 km af, en staan daarom bekend als de soort die de langste afstand in trekvlucht maakt.

zeevogels-aan-de-costa-del-sol-3

Ook de wateren van de Middellandse Zee ontvangen in de winter een groot aantal Jan van Genten (Morus bassanus), een prachtige vogel van groot formaat die zich meestal vanaf grote hoogtes, soms van meer dan 20 en 30 meter, in de zee ‘werpt’ om te vissen. Hun schedels zijn zodanig geëvolueerd om de enorme schokken tegen het water te kunnen opvangen. Op het laatste moment, voordat ze het oppervlak binnendringen, blijft hun lichaam in de vorm van een pijl, waardoor zelfs de geringste weerstand wordt geëlimineerd om hun prooi te kunnen bereiken. Zoals veel zeevogels broeden ze ook op de kliffen van Scandinavië en de Britse eilanden.

Van daaruit komen ook de mooie Papegaaiduikers (Fratercula arctica) die meestal op zee overwinteren en die in het voorjaar naar de Straat van Gibraltar vliegen om de noordelijke koers te nemen om te broeden. Een andere soort, ook wel eens noordelijke pinguïns genoemd (we weten dat ijsberen niet jagen op pinguïns omdat ze op verschillende polen leven: pinguïns op de zuidpool en ijsberen op de noordpool). Dus hier hebben we een soort die veel lijkt op pinguïns, maar toch kan vliegen. Met hun korte maar krachtige vleugels, die ze beide gebruiken als peddels om te duiken en te vliegen, vliegen ze duizenden kilometers van de kliffen van de Scandinavische fjorden en IJsland naar onze zeeën om te overwinteren. Deze vogels worden de Alken (Alca torda) genoemd.

We worden ook bezocht door ‘zeeroofvogels’, genaamd Págalos (de Grote Jager genoemd in het Nederlands), die hier meestal worden vertegenwoordigd door twee of drie soorten, waarvan de grootste de Págalo Grande (Stercorarius skua) en de Págalo parasito (Stercorarius parasiticus). Deze soorten voeden zich met jonge zeevogels en vallen vooral andere zeevogels aan die vis hebben gevangen. Vandaar dat ze de naam ‘parasiet’ krijgen. De vlucht van een roofvogel is veel sneller dan die van andere soorten.

zeevogels-aan-de-costa-del-sol-4

Soms ontmoeten we zelfs de kleinste zeevogels, de Paiños, de meest ‘gewone’ Europese Stormvogel (Hydrobates pelagicus). Vanaf de kust is het erg moeilijk om ze te observeren, omdat ze erg klein zijn en meestal dolfijnen en soms walvissen volgen, omdat ze zich voeden met de resten van vis die deze achterlaten. Er zijn verschillende punten aan de kust waar je deze vogels kunt observeren. In ‘El Faro de Calaburra’ in Mijas Costa is er een observatorium, omdat dat hét referentiepunt is tijdens hun vlucht van de Middellandse Zee naar de Atlantische Oceaan en het dichtst bij de kust waar ze meestal te zien zijn. Duizenden Scopoli’s pijlstormvogels (Calonectris diomedea) en Vale pijlstormvogels (Puffinus mauretanicus) kunnen soms ook van daaruit worden geteld; de laatste is echter met uitsterven bedreigd.

Het beste observatiepunt is in Isla de las Palomas, Tarifa, het punt waar meer vogels worden waargenomen bij het naderen van de kust. Omdat het een militaire zone is, moet er een speciale vergunning worden verkregen om deze plaats te kunnen betreden. Met een goede gids en verrekijker kun je elke middag achter de vissersboten vele verrassingen waarnemen en een groot aantal zeevogels observeren.

Teo Todorov